Planten en verzorgen

Binnen verzorgen

Voorjaarsbloeiers planten in het najaar
Dit zijn de bloembollen die in het voorjaar bloeien zoals tulpen, krokussen, narcissen en hyacinten. Op onze verpakkingen vindt u specifieke plantinformatie voor de betreffende soort, maar er zijn wel een aantal algemene tips te geven voor het planten en onderhouden van uw bloembollen.


Wanneer
De beste periode is vanaf medio september tot medio november. Bij te vroeg planten kan de bodemtemperatuur nog te hoog zijn waardoor schadelijke schimmels een kans krijgen. Bij te laat planten krijgt de bol onvoldoende tijd om goed te bewortelen voordat het eventueel begint te vriezen. Narcissen en sneeuwklokjes kunnen wel al eerder worden geplant, vanaf eind augustus.

Waar
Bloembollen zijn niet zo kieskeurig. Voor langstelige soorten is een luwe plek wel handig. Extreem natte plekken zijn uiteraard niet aan te bevelen. Sommige bolsoorten als krokussen, scilla´s, sneeuwroem, sneeuwklokjes en eranthis gedijen goed in de schaduw, b.v. onder bomen. Op schaduwplaatsen kan op een langere bloei worden gerekend, maar juist het zonlicht doet vaak de bloemkleuren fraai oplichten.

Hoe
Van belang is dat de grond goed wordt omgespit tot ongeveer 20 cm diep. De plantafstand tussen de bollen hangt af van de bolgrootte en de hoeveelheid gewas dat de bol bovengronds maakt. Voor kleine bollen is een afstand van 5 cm voldoende, tulpen 10-12 cm, narcissen en hyacinten ca. 15 cm. Raadpleeg hiervoor de verpakking. Voor de plantdiepte geldt als algemene stelregel dat 2x de hoogte van de bol als laag aarde boven de bol moet komen. Wij vinden dat iets te algemeen en adviseren iets dieper te planten. Tulpen 12-15 cm, narcissen 20 cm, kleine bollen 5-10 cm. Uiteraard de bollen planten met de neus naar boven. Indien geplant de aarde terugstorten op de bollen, lichtjes aandrukken. Alleen water geven als het droog is.

Vorstbescherming
Hyacinten, Hollandse irissen en botanische narcissen kunnen schade oplopen bij matige tot strenge vorst. De eerste remedie is niet te ondiep planten, minimaal 15 cm grond boven de bol. Verder kunnen de geplante bollen worden afgedekt met b.v. stro.

Verzorging tijdens en na de bloei
Over het algemeen behoeven bloembollen geen verdere verzorging. Alleen bij de later bloeiende soorten in mei en juni (late tulpen, alliums, irissen) kan het nodig zijn extra water te geven als het voorjaar droog is. Na de bloei kan men de uitgebloeide bloemen verwijderen, met name bij tulpen en hyacinten. De plant gaat nu langzaam afsterven.

Rooien of in de grond houden
Graag zouden we willen dat eenmaal geplant de bloembollen eeuwig zouden bloeien, maar helaas gaat dat niet op voor een aantal typen. Bij de belangrijkste groep, de tulpen, zullen sommige soorten, met name de botanische typen, twee tot drie jaar goed terugkomen. Andere soorten zullen sneller degenereren en minder fraai terugkomen in het tweede en derde jaar. In dit geval is het beter aan te bevelen om de bollen uit de grond te halen, schoon te maken (‘tulpen pellen’ = oude huid, wortels en aangegroeide kleine bollen afscheiden) en op een goed geventileerde plaats te bewaren om ze vervolgens op een andere plaats in het najaar weer in de tuin te planten.

Een aantal boltypen kunnen daarentegen heel goed jaar in jaar uit in de grond blijven. Dit betreffen met name narcissen, krokussen en veel van de kleinere bolsoorten als scilla´s, anemonen, blauwe druifjes en winterakonieten. Het is in dit geval wel aan te bevelen in het voorjaar direct na de bloei wat extra bemesting te geven. Sommigen, als sneeuwklokjes, vermeerderen zelfs bij de juiste groeiomstandigheden. Hier moet men na enige jaren de in elkaar gegroeide bollen oprooien, uit elkaar trekken en direct op een grotere oppervlakte terugplanten.


 
  Copyright © 2008 Fiorile | Concept & Realisatie PrimaLabel